Impressieverslag van de themabijeenkomst Auditing in ontwikkeling

Auditing in ontwikkeling – Wat kan beter, Wat kan anders?

De ontwikkeling van het vakgebied auditing staat niet stil. De themabijeenkomst van vandaag staat dan ook in teken van de toetsing van de kwaliteit van auditorganisaties en het ontdekken en mogelijk gebruik van andere methoden en invalshoeken voor auditing ontleent aan de sociale wetenschappen.

Bij aanvang van de dag staat de voorzitter van de Stichting KADO even stil bij het aftreden van Jacques van Kempen als bestuurslid. Jacques wordt bedankt voor zijn inzet in de afgelopen jaren en krijgt een bijzonder lidmaatschap aangeboden. Hij is de komende jaren welkom op alle themabijeenkomsten.

Voorafgaand aan de ochtendpresentaties wordt aan de deelnemers een aantal vragen over de kwaliteitstoetsing voorgelegd. De uitkomsten hiervan zijn weergegeven in de bijlage van dit impressieverslag.

Kwaliteitstoetsing: zegen of last?

Het ochtendprogramma start met de bijdrage van Adri de Bruijn Adri is voorzitter van het bestuur van het Samenwerkingsverband
Kwaliteitsonderzoek Overheidsauditors (KOA), een orgaan dat overheids en non-profitorganisaties toetst op de naleving van normen van beroepsorganisaties zoals het IIA, de NBA en de NOREA. Het KOA telt momenteel 26 leden (waaronder de ADR met 600 onderzoekers). Adri neemt ons mee in het ontstaan en de organisatiestructuur van het KOA en de wijze waarop zij haar toetsingen uitvoert. Adri benoemt tevens de verschillen in toetsingsvereisten tussen de beroepsorganisaties. Waar mogelijk probeert KOA deze te harmoniseren. Adri deelt een aantal bevindingen van het KOA uit de afgelopen jaren, die ook als tips gelezen kunnen worden. Een kleine selectie: een niet geactualiseerd of géén handboek voor de auditdienst, dossiers die bij toetsing slechts gedeeltelijk gevuld blijken of waarin de audittrail niet duidelijk is en als oordeel aan te merken teksten ingeval van een verslag van bevindingen. Voor Adri is kwaliteitstoetsing geen zegen en geen last, het is een leermoment. De toets geeft aan waar de organisatie staat en waar deze verder kan verbeteren. Er wordt getoetst op zaken die normaliter op orde zouden moeten zijn.

Hierna komt Peter Hartog, manager vaktechniek bij het IIA en als docent verbonden aan de Erasmus School of Accounting & Assurance (ESAA) aan het woord. Hij neemt ons op heldere wijze mee in de toegevoegde waarde van een IIA-certificering, de kosten hiervoor, de haalbaarheid van de certificering en de kwaliteitsverbetering die het IIA beoogt. Hij geeft tussendoor tips voor het actualiseren van het onderzoeksdossier gaandeweg het onderzoek. IIA Nederland is (slechts) een van de internationale instituten binnen het International Accreditation Forum (IAF) die meepraten en meedenken over de standaarden die momenteel worden aangepast. De belangrijkste verandering hierin is de verandering van de structuur van de standaarden (en minder de inhoud). De definitie van kwaliteit is wel veranderd, de huidige standaard noemt de conformance (conformiteit) aan de standaarden. In de nieuwe standaard gaat het over conformance en performance (prestatie). De toetsing is volgens Peter een zegen tegen acceptabele kosten.

Wat kan anders in ons auditvak?

Na de lunch is de beurt aan Jorren Scherpenisse. Jorren is organisatiepsycholoog en bestuurskundige en als adjunct-directeur verbonden aan de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB). Hij gaat in zijn bijdrage in op de mogelijkheden voor auditing die vanuit de sociale wetenschappen worden aangereikt. Jorren vertelt enthousiast en gedreven over de verschillende methodieken voor onderzoek die door hem zijn gedestilleerd uit de beroepspraktijk van de stadswerker Wim. Modellen en theorieën zijn voor Jorren vaak een netjes opgeruimde versie van de werkelijkheid. Wim werkt impliciet vanuit diverse invalshoeken dat wil zeggen hij kijkt met een onbevangen blik en vanuit empathie, is zich bewust van conflicterende normen, vicieuze cirkels en causale patronen, heeft een duidelijk maatschappelijk ideaal voor ogen en is zich bewust van de signalen van zijn lichaam op situaties die hij tegenkomt. Jorren heeft zijn onderzoek gepubliceerd in het boekje: Hoe zou Wim dat aanpakken?

Na de pauze volgt de presentatie van Edwin Hummel. Edwin is auditmanager bij de Auditdienst Rijk (ADR), geeft trainingen voor het
NBA, IIA en de Rijksacademie over de psychologie (intuïtie) van de oordeelsvorming en is momenteel bezig met een dissertatie over dit onderwerp. Hij neemt de zaal mee in de wereld van de bewuste en onbewuste oordeelsvorming. Hij zet uiteen dat mensen in hun oordeelsvorming verre van perfect zijn. Er wordt bijvoorbeeld teruggegrepen op allerlei snelle, te weinig doordachte denkpaadjes waardoor vertekeningen (bijv. tunnelvisie, de positieve waardering op basis van één aspect, het beter onthouden van de als laatst ontvangen informatie) van het uiteindelijke resultaat ontstaan en daarmee geen goede afspiegeling van de werkelijkheid vormt. Ook de onbewuste oordeelsvorming, de intuïtie verdient een plek. Edwin schetst het begrip intuïtie als volgt, het is onbewust en
onvrijwillig, soms moeilijk onder woorden te brengen, het gaat gepaard met emoties, is snel en spontaan, komt als een geheel in ons bewuste en heeft een basis in onze ervaringen. Edwin roept op om als auditor de moed te hebben om de eigen intuïtie te gebruiken, maar dan wel onder de juiste voorwaarden. Een tip hiervoor kan zijn om intuïtie eerst te checken door deze met een ander te bespreken.